Nieuwsbericht

01-05-2019

De Arran Ultra Tour

”Terschelling, maar dan anders!” Zaterdag 45 kilometer, zondag 47 kilometer en hoogteverschillen van circa 1100 en 1700 meter, kortom zeker te doen. Kon ook wel zwaarder dachten we. Schots eiland in april: weer zal wel niet al te slecht te zijn. Reis erheen al leuk: vliegen op Glasgow, treintje naar Ardrossan, ferry naar Arran en lopen naar de camping in Brodick.



Na aankomst direct naar de registratie, maar eerst de verplichte uitrusting laten controleren: echte regenjas en regenbroek, nood-bivakzakje, verband, pleisters, minimaal 4 repen/gels als nood dus niet voor gebruik onderweg, geladen telefoon, etc. Daarna wedstrijdnummer en GPS-tracker (wow, echt serieus hier). Toen tentje opzoeken op het rugbyveld.



Start om 08.30 uur stond er in het programma, 08.15 uur verplichte briefing, 07.00 uur “restaurant” open voor ontbijt. Tja wat eet je dan zo vlak voor de wedstijd? Nou, gewoon eieren met spek, toast met jam en koffie. Dat dus! Goede bodem voor een paar uur rennen. Ed en ik hadden beide een onderbroken voorbereidingstraject doorlopen. Ik had midden januari een ernstige achillespeesblessure opgelopen en Ed heeft eind februari 2 weken stevige griep gehad. Daarom hadden we een simpel plan voor dag 1: finishen! Met een cut-off van 12 uur (!) zou dat te doen moeten zijn. Door de adrenaline bij de start toch weer wat te snel weg op 9 kilometer/uur (!) prachtig traject naar het zuidpuntje, de “lowlands” van het eiland.



Lekker rustig heuvel op, boerderijtjes, muurtjes, paadjes en toen weer afdalen naar de kust in de getijdezone, grote spekgladde met alg en wier bedekte rotsblokken, dat haalde de snelheid er wel even uit, eerste valpartijen om ons heen. Na een kilometer een vlonderpad op en parallel aan de kust en weer op de blokken en weer de vlonders op en… aan het einde zit daar dan natuurlijk de fotograaf met z’n sadistische grijns! Stukje asfalt langs het strand, tijd voor een babbel met de medelopers, niet over Brexit, over Schotland! De economie etc., in één keer kletst iedereen verhit mee en verdwijnen de kilometers alsof het niets is. De pitstop/verzorgingspost was slim in een schoolgebouwtje opgezet. Geen plastic bekertjes gelukkig, maar porseleinen servies. “Cup of tea, sir?” Heet water voor thee en koffie, sandwiches en de standaard zaken: pinda’s, chips, sinaasappels, banaan, etc. Supervriendelijke mensen.



Ik ging pitstop 1 uit toen Ed naar binnen ging. Bij pitstop 2 liepen we gezellig samen. “Hé Rob, je kop wordt rood!” “Ja, ik verbrand, geen rekening gehouden met zoveel zon en geen pet mee.” “Doe je buff dan op je hoofd!” “Goed idee!” “Rob, doe dat ding dan ook op je hoofd!” “Oh ja, alweer vergeten…” We waren gewaarschuwd voor de komende 5 mijl: heup-diep veen. Terecht naar bleek. Erg mooi, erg onvoorspelbaar… De ene stap zak je 2 centimeter in het veen en de volgende tot je knie! Heel zwaar lopen (worstelen!), natte voeten hadden we al een paar keer eerder gehad dus dat was allang geen punt meer. Belangrijkste was om je schoenen niet kwijt te raken!



En weer door! Bossen, paadjes, eindeloze in de zon blakerende gravelwegen, licht stijgend terwijl je toch al erg moe begon te worden. En dan die laatste, toch onverwachte, steile klim… Blijf bewegen! Blijf “rennen” naar de finish op het rugbyveld. Ed was mij in de laatste kilometer weer voorbij gekomen en stond me op te wachten bij de finish. Dag 1: done! Op naar het bier en de fish and chips! Met een 6.30 looptijd kwamen we binnen als nummers 131 en 136 van de 364 deelnemers! Niet slecht!



Dag 2, een uurtje eerder weg… Stramme stijve benen, er is gewaarschuwd dat het vandaag een stuk kouder zou zijn, ook veel sterkere wind… De highlands in met highlandweer... Kleumen bij de start, hardlopers in groepjes met de rug naar de wind als pinguïns op Antarctica. Vandaag doen Ed en Ik een pitstop-naar-pitstop-tactiek, m.a.w. we zien wel waar het schip strandt! Na een paar kilometer strand en golfterrein, meteen singletracks naar boven… Beetje bos en daarna heide en gras en rotsblokken, de steilere stukken wandelt men meteen, zelfs als je er voorbij wilt kan het niet. Het is niet aan te raden naast de paden te lopen, de heidestruiken verbergen enorme gaten tussen de rotsblokken waar je makkelijk een been op breekt.



Relentless forward progress (hoe vertaal je dat?) richting de eerste pas, de wind neemt enorm toe en blaast je uit balans, stop om de regenjas aan te doen, het is echt heel koud. Door naar de graat naar de top. Schitterend uitzicht, prachtige valleien en de zee. De wind verhindert sneller vooruitkomen dan een langzame wandelpas, we zitten onder de 2,5 kilometer per uur! Lang blijven we niet boven. Koud! De afdaling is padloos. Wat zei ik eerder over naast de paden lopen? Precies! 500 meter afdalen door heide en blokken, 1 foute stap en je ligt of hebt wat gebroken. Zodra het (stijl) omhoog of lastig omlaag gaat, ben ik meer in mijn element dan Ed. Alpine-ervaring en lef helpen dan zeker een handje.



Nog even een stuk soppig veen door en eindelijk weer een paadje. De pitstop bij de destilleerderij bereiken we 30 minuten voor de limiet (oei). Nu een vlak stuk langs de kust. Ed heeft er zin in. Zijn basissnelheid ligt een stuk hoger dan de mijne. Ik vertrek vast. Shit asfalt! Ellende. Wind. Leuk zeehonden! Asfalt gaat over in pad en gaat over in rotsen… Weg snelheid! We draaien verder om de kust, we gaan nu recht tegen de wind in, kracht 8-9? Rennen tegen de storm in... De energie begint eruit te vloeien het pad is vlak en renbaar maar ik zie niemand rennen, het is te zwaar tegen de storm in. De tijd tikt door. Bij kilometer 28 komt Ed voorbij en we spreken kort. Kunnen we het afmaken? We hebben straks nog 6 uur voor 15 kilometer met 850 hoogtemeters, ja dat kan. Maar willen we dit?


De klim zal het niet zijn, maar weer zo’n linke afdaling, en nu dubbel vermoeid, is vragen om vallen en langdurige blessures. Pijn is onvermijdbaar, afzien een keuze, schreef Murakami. Niet geheel onze aard, maar we stoppen voordat de schade maanden herstel gaat kosten en daar is ook wat voor te zeggen. Na 32 kilometer hangen we de rugzak in de wilgen en stappen we uit. Verstandig, volwassen, realistisch, maar toch staat er straks DNF bij onze naam (snik!).


Onvergetelijk! Volgend jaar revanche? Hmmm, zeker een mogelijkheid!


Rob Jodies en Ed Stijnen



Lees meer berichten